Belanghebbende is naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete opgelegd wegens gebruik van een auto op de openbare weg tijdens een geldige schorsing van het kentekenbewijs. De Inspecteur constateerde het gebruik op twee momenten in 2011 en legde daarop naheffing en boete op. Belanghebbende betwistte het gebruik en stelde dat de kentekenplaten gestolen waren en dat de auto door een technisch mankement niet kon rijden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof acht de bewijzen van de Inspecteur, waaronder foto's van de waarnemingen, overtuigend. De stellingen van belanghebbende dat het voertuig niet gebruikt kon worden en dat het kenteken mogelijk vals was, worden niet aannemelijk geacht. De aangifte van diefstal kentekenplaten is bovendien inconsistent met de door de Inspecteur vastgestelde data.
De boete van 100% van de belasting is passend omdat belanghebbende geen omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die schuld uitsluiten of matiging rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.