Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Noord/kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2008, waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning was vastgesteld op €38.221 en de verzuimboete op €22. Hij stelde dat zijn verzamelinkomen nihil was en dat diverse aftrekposten en kortingen niet waren toegepast. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag en boete.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij recht had op toepassing van de zelfstandigen- en startersaftrek, verliesverrekening, arbeids- en ouderenkorting en dat afkoopsommen van kleine pensioenen buiten de heffing moesten blijven. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij de vereiste aangifte had gedaan en dat de bewijslast voor het onjuist zijn van de aanslag op hem rustte. De rechtbank had de aanslag terecht gebaseerd op een redelijke schatting van de Inspecteur.
Het hof verwierp de stellingen over ondernemerschap en aftrekposten, en overwoog dat de hardheidsclausule niet door het hof kan worden toegepast maar door de Minister van Financiën. Ook was er geen wettelijke grondslag voor verrekening van betaalde omzetbelasting met de inkomstenbelasting. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2008 en verzuimboete van €22 worden bevestigd.