Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het hoger beroep,
verder te noemen: de pleegouders van [kind 1],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van twee minderjarige kinderen is het niet eens met een schriftelijke aanwijzing van Stichting Bureau Jeugdzorg die het contact tussen haar en haar kinderen beperkt gedurende de uithuisplaatsing. De stichting had deze aanwijzing gegeven op verzoek van de moeder zelf, die een ruimere bezoekregeling wilde, maar de voorgestelde uitbreiding werd niet geaccepteerd door de stichting.
De moeder voerde aan dat de aanwijzing onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, en dat de procedure in strijd was met de goede procesorde. Tevens stelde zij dat de inhoud van de aanwijzing niet juist was, omdat de opbouw van onbegeleid contact in de latere stappen ontbrak.
Het hof oordeelde dat de stichting voldoende kennis had vergaard van de relevante feiten en belangen, mede door gesprekken met de moeder en haar advocaat. De motivering van de aanwijzing was toereikend, mede omdat de moeder op grond van de Awb de mogelijkheid had om om nadere motivering te verzoeken, maar dit niet heeft gedaan. De inhoudelijke kritiek op de aanwijzing faalde omdat ook in latere stappen sprake was van gedeeltelijk onbegeleid contact.
Daarom worden de grieven van de moeder verworpen en wordt de beschikking van de rechtbank Zutphen van 11 september 2012 bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en handhaaft de schriftelijke aanwijzing van de stichting tot beperking van het contact tussen moeder en kinderen.