Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1980 in Ierland gehuwd en hebben beiden de Ierse nationaliteit. De rechtbank Utrecht had bij voorlopige voorzieningen bepaald dat de man een maandelijkse bijdrage aan de vrouw zou betalen voor haar levensonderhoud. De man verzocht om wijziging van deze bijdrage, maar dit verzoek werd afgewezen. Vervolgens stelde de rechtbank een herstelbeschikking vast waarin de bedragen werden verlaagd.
De vrouw ging in hoger beroep tegen deze herstelbeschikking en stelde dat de rechtbank ten onrechte de beschikking had gewijzigd op grond van artikel 31 Rv Pro, omdat er geen sprake was van een kennelijke rekenfout. Het hof oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van artikel 31 Rv Pro was getreden door inhoudelijke wijzigingen aan te brengen zonder dat sprake was van een eenvoudige herstelbare fout.
Het hof vernietigde daarom de herstelbeschikking en verklaarde de oorspronkelijke beschikking van 26 november 2012 ongewijzigd van kracht. Tevens verklaarde het hof de man niet-ontvankelijk in zijn voorwaardelijk verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de bijzondere relatie tussen partijen als gewezen echtgenoten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de herstelbeschikking en verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen.