ECLI:NL:RBNNE:2018:4260
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- E.Th.M. Zwart-Sneek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herstelbeschikking rechter-commissaris inzake verlenging schuldsaneringsregeling en boedelachterstand
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 23 oktober 2018 uitspraak gedaan in een geschil over de verlenging van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van de schuldenaar [Saniet]. De rechter-commissaris had bij beschikking van 5 oktober 2017 de looptijd van de regeling verlengd tot 28 oktober 2019, met voorwaarden voorgesteld door de bewindvoerder, waaronder een afdrachtplicht. Deze beschikking werd twee maal hersteld, waarbij de tweede herstelbeschikking van 18 juli 2018 de afdrachtplicht tijdens de verlengde looptijd aanzienlijk aanscherpte.
De schuldenaar stelde hoger beroep in tegen deze tweede herstelbeschikking, stellende dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de oorspronkelijke uitleg van de beschikking waarbij de boedelachterstand niet hoefde te worden afgelost. De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris buiten het toepassingsgebied van artikel 31 Rv Pro was getreden door de tweede herstelbeschikking zonder partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten, en dat de wijziging verstrekkende gevolgen had voor de schuldenaar.
De rechtbank vernietigde de tweede herstelbeschikking en bepaalde dat de oorspronkelijke beschikking van 5 oktober 2017, zoals hersteld op 12 oktober 2017, gehandhaafd blijft, waarbij de schuldenaar slechts regulier hoeft af te dragen en de boedelachterstand komt te vervallen. De rechtbank achtte het vertrouwen van de schuldenaar op de uitleg van de bewindvoerder gerechtvaardigd, mede omdat de tekst van het dictum en de mededelingen van de bewindvoerder geen aanleiding gaven tot twijfel.
Deze uitspraak bevestigt dat de rechter-commissaris niet zonder voldoende procesrechtelijke waarborgen een wijziging mag aanbrengen die de afdrachtplicht van de schuldenaar tijdens de verlengde WSNP-regeling verscherpt, en benadrukt het belang van duidelijke communicatie en het respecteren van het gerechtvaardigd vertrouwen van de schuldenaar.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de herstelbeschikking van 18 juli 2018 en bevestigt dat de boedelachterstand niet hoeft te worden afgelost.