Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
"€ 1.0650 + 1250 € + 1.0000 Nog te betalen. aan [appellant]"heeft geschreven en dat de handtekening op dit stuk van [geïntimeerde] is. [geïntimeerde] heeft gesteld dat sprake is van een vervalste schuldbekentenis. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro rust op [geïntimeerde] de bewijslast van deze valsheid. De verklaring van [geïntimeerde] dat hij in die tijd de gewoonte had overal zijn handtekening op te zetten alsmede dat hij nogal een aparte handtekening heeft, zodat mensen hem vragen die nog eens te zetten, en dat [appellant] een leeg briefje met een handtekening heeft gevonden en de tekst boven een handtekening van hem heeft geschreven, acht het hof niet voldoende aannemelijk. Op het papier is slechts één handtekening geplaatst en die handtekening is geplaatst op de voor de handtekening geëigende plek, namelijk onderaan het papier. Dat
"zo'n hoog bedrag op zo'n klein stuk papier is gezet" doet daar niet aan af. [geïntimeerde] heeft geen specifiek bewijsaanbod gedaan van de door hem gestelde valsheid. Het hof gaat daarom uit van de echtheid van dit stuk.
Nog niet beslist"heeft geschreven.
Nog niet beslist"op het stuk heeft geschreven. Tijdens het getuigenverhoor in eerste aanleg heeft [geïntimeerde] verklaard dat alleen de handtekening op de akte van hem afkomstig is. [geïntimeerde] heeft toen verklaard dat partijen inderdaad erover hebben gesproken dat [appellant] de APK-straat (als onderdeel van de gehele onderneming) zou overnemen en dat de woorden "nog niet beslist" mogelijk daarop betrekking hebben. In hoger beroep heeft [appellant] dit herhaald en heeft hij verklaard dat juist [appellant] twee weken bedenktijd kreeg voor het overnemen van de onderneming inclusief APK -straat.
die wel geld had"en die - in samenwerking met [appellant] - een garage is gestart. [geïntimeerde] heeft daarmee - anders dan [appellant] - geen plausibele andere uitleg gegeven voor de tekst van het door hem ondertekende stuk.
ECLI:NL:HRL1999:AA4007 en 11 juni 2004,
ECLI:NL:PHR:2004:AO6015). [appellant] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] in het kader van de vereffening van de v.o.f. de door hem aan [geïntimeerde] betaalde bedragen dient terug te betalen. [geïntimeerde] heeft betwist dat [appellant] enig geldbedrag in de v.o.f. heeft geïnvesteerd. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro rust de bewijslast van de gestelde betalingen op [appellant]. De door de rechtbank gehanteerde bewijslastverdeling is dus juist.