ECLI:NL:GHARL:2013:7958

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 oktober 2013
Publicatiedatum
23 oktober 2013
Zaaknummer
200.117.291-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling advocaat in proceskosten voegingsincident niet meer bestaande rechtspersoon

In deze zaak behandelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een incident tot voeging in een civiele procedure waarbij Salieblad Management B.V., een niet meer bestaande rechtspersoon, als eiseres in het incident optrad. Advocaat mr. Van Bommel, optredend namens Salieblad, werd geconfronteerd met een kostenveroordeling vanwege het voegingsincident dat was ingesteld namens deze niet meer bestaande entiteit.

Het hof bevestigde dat Salieblad niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering omdat zij niet meer bestaat, en dat mr. Van Bommel geen deelnemer is in het partijdebat tussen de betrokken partijen. De advocaat werd veroordeeld in de proceskosten van het incident, vastgesteld op € 894,-, gebaseerd op 1 punt in tarief II vanwege de onbepaalde waarde van de vordering tot voeging.

De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor verdere procedure, met een rolzitting gepland op 3 december 2013 voor de memorie van grieven van appellant. Het arrest werd uitgesproken door het hof in aanwezigheid van de griffier op 22 oktober 2013.

Uitkomst: Advocaat mr. Van Bommel wordt veroordeeld in de proceskosten van € 894,- voor het voegingsincident en de incidentele vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.117.291/01
(zaaknummer rechtbank Leeuwarden: 84261 / HA ZA 07-628)
arrest van de eerste kamer van 22 oktober 2013 in het incident tot voeging in de zaak van:
Salieblad Management B.V.,
gevestigd te Leeuwarden,
eiseres in het incident,
hierna:
Salieblad,
advocaat: mr. P. van Bommel, kantoorhoudende te Franeker,
tegen
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
tevens verweerder in het incident,
in eerste aanleg eiser,
hierna:
[appellant],
advocaat: mr. P. van Bommel, kantoorhoudende te Franeker,
en
Facilium Marslanden B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
geïntimeerde,
tevens verweerster in het incident,
in eerste aanleg gedaagde,
hierna:
Facilium,
advocaat: mr. B.J.H. Kesnich, kantoorhoudende te Alkmaar.
Het tussenarrest van 30 juli 2013 wordt hier overgenomen.

1.De verdere loop van het geding in hoger beroep

1.1
In voormeld tussenarrest heeft het hof mr. Van Bommel in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op het voornemen haar in het incident met toepassing van art. 245 lid 1 Rv Pro in de proceskosten van Facilium te veroordelen.
1.2
Ter rolle van 27 augustus 2013 heeft mr. Van Bommel bedoelde akte genomen.
1.3
Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest in het incident.

2.De verdere beoordeling

2.1
Voor zover de inhoud van de akte ertoe strekt het hof te bewegen terug te komen van de in het tussenarrest van 30 juli 2013 opgenomen bindende eindbeslissing dat Salieblad als niet meer bestaande rechtspersoon niet in haar incidentele vordering kan worden ontvangen, miskent mr. Van Bommel dat zij geen deelnemer is in het partijdebat tussen Salieblad en/of [appellant] enerzijds en Facilium anderzijds. Het hof gaat daarom in zoverre voorbij aan de inhoud van de akte.
2.2
Voor het overige heeft mr. Van Bommel aangevoerd dat zij zich refereert aan het oordeel van het hof en verzoekt zij de kostenveroordeling te beperken tot 1 punt, zo mogelijk in tarief I.
2.3
Het hof zal mr. Van Bommel met toepassing van art. 245 lid 1 Rv Pro veroordelen in de proceskosten in het incident, tot op heden aan de zijde van Facilium vastgesteld op € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat. Het bedrag van de proceskostenveroordeling is vastgesteld op basis van 1 punt in tarief II, aangezien de vordering tot voeging als van onbepaalde waarde moet worden aangemerkt.
2.4
De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen om door te procederen.
De beslissing
Het gerechtshof:
in het incident:
verklaart de incidentele vordering niet-ontvankelijk;
veroordeelt mr. Van Bommel in de proceskosten van het incident en stelt deze kosten aan de zijde van Facilium vast op € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van
dinsdag 3 december 2013voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant].
Dit arrest is gewezen door mr. K.E. Mollema, mr. M.E.L. Fikkers en mr. A.M. Koene en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 oktober 2013.