Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Noord/Kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2007 kosten opgevoerd voor de bouw van een garage als buitengewone uitgaven wegens ziekte van zijn echtgenote, die rolstoelafhankelijk is door een progressieve spierziekte. De Inspecteur weigerde aftrek omdat niet voorafgaand aan de bouw een medisch voorschrift was vastgesteld.
De Rechtbank Leeuwarden oordeelde echter dat de aftrek wel toekwam en stelde vast dat de woningaanpassing medisch geïndiceerd was, ook al was de verklaring pas achteraf afgegeven. De Inspecteur ging hiertegen in hoger beroep.
Het Hof stelt vast dat het geschil zich beperkt tot de vraag of de aftrek kan worden geweigerd omdat de medische indicatie niet voorafgaand aan de bouw is vastgesteld. Het Hof volgt een doelgerichte uitleg van de wet en oordeelt dat de aftrek niet kan worden geweigerd op grond van het ontbreken van een voorafgaand medisch voorschrift, nu achteraf is vastgesteld dat de aanpassing medisch noodzakelijk was.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.