Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
19 november 2013
heffingsambtenaarvan de
gemeente Zaltbommel(hierna: de heffingsambtenaar)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
€ 280.000.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een woonhuis dat volgens het bestemmingsplan alleen als bedrijfswoning mag worden gebruikt, maar feitelijk als burgerwoning wordt bewoond. De gemeente stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2011 vast op € 277.000, welke belanghebbende betwistte. Zowel de heffingsambtenaar als belanghebbende konden hun waardebepalingen niet voldoende onderbouwen met taxatierapporten. Het hof oordeelde dat de gebruikte methoden niet geschikt waren om de waarde in goede justitie vast te stellen.
De heffingsambtenaar baseerde zich op een taxatierapport waarin een correctie werd toegepast vanwege het bestemmingsplan, maar het hof achtte deze methode onvoldoende. Het rapport van belanghebbende was gericht op planschade en niet op de WOZ-waarde per de peildatum, waardoor ook dit rapport geen bewijskracht had. Het hof concludeerde dat geen van beide partijen de waarde aannemelijk had gemaakt.
Daarom vernietigde het hof de WOZ-beschikking en verwees de zaak terug naar de heffingsambtenaar met de opdracht de waarde opnieuw vast te stellen met de juiste uitgangspunten. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-beschikking wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de heffingsambtenaar voor een nieuwe waardebepaling.