Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
19 november 2013
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Overbetuwe(hierna: de heffingsambtenaar)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
5.1 Conclusies
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een woning met een winkelgedeelte, waarvan de WOZ-waarde voor 2012 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €439.000. Belanghebbende betwist deze waarde vanwege bodemverontreiniging op het perceel, die volgens een bodemonderzoek uit 2006 een waardedrukkend effect heeft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof heeft het bodemonderzoek en de standpunten van partijen beoordeeld. Hoewel sanering niet noodzakelijk was volgens het rapport, erkent het Hof dat de bodemverontreiniging en de onzekerheid over mogelijke toekomstige vervuiling een imagoschade veroorzaken die de waarde drukt. De heffingsambtenaar had dit effect niet meegenomen in de waardebepaling.
Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €339.000 niet onderbouwen, en de heffingsambtenaar slaagde er ook niet in zijn hogere waarde aannemelijk te maken. Het Hof stelde daarom de waarde in redelijkheid vast op €429.000, rekening houdend met een waardevermindering van €10.000 vanwege imagoschade. Tevens werden proceskosten toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de WOZ-waarde van de woning tot €429.000 wegens bodemverontreiniging en imagoschade.