De ontvanger heeft belanghebbende aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen loonbelasting van [Q] BV over diverse tijdvakken. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank de aansprakelijkstelling beperkt tot de naheffingsaanslag over juni 2009. Belanghebbende stelde dat er sprake was van tijdelijke betalingsonmacht en dat de melding van betalingsonmacht op 17 september 2009 tijdig was.
Het hof oordeelt dat de betalingsonmacht uiterlijk op 14 augustus 2009 gemeld had moeten worden. Het feit dat de bestuurders dachten dat de betalingsonmacht tijdelijk was, doet hieraan niet af. Op grond van artikel 36, vierde lid, Invorderingswet 1990 wordt vermoed dat het niet betalen te wijten is aan onbehoorlijk bestuur, tenzij de bestuurder dit vermoeden kan weerleggen.
Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het niet tijdig melden niet aan hem te wijten is. Daarom blijft hij aansprakelijk voor de belastingschuld over juni 2009. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.