Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
27 november 2013
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, vennoot van een vof, gebruikte een terreinwagen die deels tot het ondernemingsvermogen behoorde. De Inspecteur stelde dat de auto niet als bestelauto in de zin van de Wet IB 2001 kon worden aangemerkt en nam een onttrekking wegens privégebruik aan. Tevens legde hij boetes op voor de jaren 2006 en 2007.
De rechtbank vernietigde de boetebeschikkingen en handhaafde de navorderingsaanslagen. Zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de auto niet nagenoeg uitsluitend geschikt was voor goederenvervoer, mede gelet op de inrichting en het gebruik door belanghebbende en werknemers. Belanghebbende had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het privégebruik minder dan 500 kilometer per jaar bedroeg.
De boetes werden door het hof vernietigd omdat de Inspecteur niet had bewezen dat belanghebbende niet de zorgvuldigheid had betracht bij de keuze en samenwerking met zijn adviseur. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur faalde. Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en vernietigt de boetebeschikkingen; het incidentele hoger beroep van de Inspecteur wordt verworpen.