Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[verzoeker],
,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de executeur recht heeft op een beloning voor zijn werkzaamheden bij de afwikkeling van een nalatenschap die aanvankelijk negatief was en later positief werd door verkoop van een woning. De executeur werd benoemd in het testament en aanvaardde zijn taak, maar de erfgenamen aanvaardden de nalatenschap beneficiair.
De nalatenschap had bij overlijden een negatieve waarde, waardoor volgens het testament en artikel 4:144 lid 2 BW Pro geen executeursbeloning verschuldigd was. De executeur voerde echter aan dat hij recht had op een vergoeding voor werkzaamheden die buiten de normale executeurstaken vielen, met name voor de procedure tegen een derde partij die beslag had gelegd op een woning uit de nalatenschap.
Het hof oordeelde dat de executeur na beneficiaire aanvaarding niet meer in hoedanigheid van executeur kon handelen, maar wel als zaakwaarnemer op redelijke grond de belangen van de erfgenamen behartigde. De zaakwaarneming eindigde toen de erfgenamen in september 2006 expliciet geen vergoeding meer wilden betalen. Het hof begrootte de schade wegens inkomstenderving van de executeur op €7.625,- en veroordeelde hem tot terugbetaling van het meerdere bedrag van €7.875,- aan de erfgenamen, met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
Uitkomst: Executeur wordt veroordeeld tot terugbetaling van €7.875,- met rente aan de erfgenamen wegens onterechte beloning.