Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant sub 1],
[appellant sub 2],
[appellant sub 3],
[appellant sub 4],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een geschil over de vastlegging van een pachtovereenkomst die was aangegaan met wijlen de vader van de betrokken partijen. De erfgenamen, waaronder de erven, appellant sub 4 en eiser, zijn deelgenoten van een gemeenschap. In eerste aanleg was eiser partij, maar hij stelde geen hoger beroep in. Later verzocht eiser via zijn curator om zich alsnog aan te sluiten bij het hoger beroep van de andere deelgenoten.
Het hof oordeelt dat volgens artikel 3:171 Burgerlijk Pro Wetboek iedere deelgenoot bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen ten behoeve van de gemeenschap. De rechterlijke uitspraak in hoger beroep geldt voor het collectief van de gemeenschap en niet alleen voor de deelgenoten die het beroep hebben ingesteld. Hierdoor was eiser materieel al partij in het hoger beroep, ook al was hij formeel niet genoemd.
De primaire vordering tot tussenkomst van eiser werd afgewezen, maar de subsidiaire vordering tot voeging werd toegewezen. Het hof veroordeelde de wederpartij alleen in zijn eigen kosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar een rolzitting voor memorie van antwoord van de wederpartij. Het arrest werd gewezen door vijf rechters en uitgesproken op 3 december 2013.
Uitkomst: Het hof staat toe dat eiser zich voegt aan de zijde van de erven in het hoger beroep.