Hierover oordeelt het hof als volgt.
De eerste post betreft geen schade maar hooguit een verbintenis tot ongedaanmaking indien ontbinding zou zijn gevorderd, maar dat is niet het geval. Daarom wordt deze post afgewezen.
De tweede post strekt tot financiering van de betalingsverplichting van de nageheven belasting. Niet van belang is echter hoe schuldeiser de aan hem opgekomen schade alsnog heeft gefinancierd, maar de omvang van de onderliggende schade zelf. Deze heeft [appellant] gesteld op € 14.267 inclusief € 189 rente onder verwijzing naar de brieven van de belastingdienst van 21 april 2010 en van 11 juni 2010 (producties 35 bij conclusie van repliek) alsmede op de terug te betalen toeslagen van € 303 plus € 509 plus € 287. [geïntimeerden A] voeren wel aan dat zij wegens niet overlegging van belastingaangiften en bezwaarschriften de totstandkoming van deze naheffingsaanslagen niet kunnen nagaan, maar dit ziet eraan voorbij dat [appellant] bij conclusie van repliek onder producties 33 de afhandeling door de belastingdienst van de bezwaarschriften heeft overgelegd, waaruit [geïntimeerden A] met de kennis van [geïntimeerde 4] die de bezwaarschriften had ingediend in redelijkheid moeten hebben kunnen controleren of het totaalbedrag van € 14.267 juist is. Tegen deze achtergrond hebben [geïntimeerden A] de omvang ervan onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat dit schadebedrag als gevolg van de onterecht gewekte verwachtingen voor vergoeding vatbaar is en zal worden toegewezen.
Hetzelfde geldt voor de bedragen van € 303 aan kindertoeslag en € 509 aan zorgtoeslag. Het bedrag van € 287 wegens zorgtoeslag is gemotiveerd betwist, vervolgens niet gedocumenteerd noch onderbouwd en daarom niet toewijsbaar. Toewijsbaar is derhalve € 812 in hoofdsom met rente. Van de DUO terugbetalingsverplichting van € 1.220,45 heeft [appellant] niet gesteld dat deze op hemzelf rust, zodat deze claim zal worden afgewezen.
De derde schadepost heeft betrekking op de kosten van herberekening door De Jong & Laan, waartoe [appellant] bij conclusie van repliek (onder productie 34) een declaratie van 25 augustus 2009 en een declaratie van 27 mei 2010 met twee betalingsherinneringen heeft overgelegd. [geïntimeerden A] hebben bij conclusie van dupliek onder 63 onder verwijzing naar hun conclusie van antwoord onder 57 aangevoerd geen inzicht te krijgen in de aard en omvang van de door De Jong & Laan verrichte correctiewerkzaamheden.
Uit de declaratie van 25 augustus 2009 kan worden opgemaakt dat De Jong & Laan wegens verzorging van de aangiften inkomstenbelasting over 2006 tot en met 2008 en bijzondere dienstverlening, zoals bespreking en correspondentie met de belastingdienst, werkzaamheden inzake bezwaar- en verzoekschriften, beoordeling van fiscale aanslagen, advisering/werkzaamheden inzake schuldbekentenissen en fiscale regelingen in totaal € 1.765,37 aan [appellant] in rekening heeft gebracht. Dit bedrag moet worden verminderd met de administratieve dienstverlening over 2009 ad (€ 96,60 + € 18,35 wegens btw =) € 114,95, zodat resteert € 1.650,42. Dit bedrag is als voldoende gespecificeerd voor vergoeding vatbaar. De andere declaratie, van 27 mei 2010 ad € 183,26 heeft betrekking op boekjaar 2009 en bijzondere dienstverlening zonder jaartal. Over 2009 liet [appellant] zijn fiscale belangen echter al niet meer behartigen door [geïntimeerden A] Daarom wordt dit bedrag afgewezen evenals het meer gevorderde dat tegenover de gemotiveerde betwisting in het geheel niet is onderbouwd met nadere toelichting, facturen en specificaties. Per saldo is hier dus slechts € 1.650,42 met rente voor vergoeding vatbaar.
Ter onderbouwing van de vierde post, buitengerechtelijke advocaatkosten, heeft [appellant] bij conclusie van repliek (als productie 36) een factuur van [naam advocaat] advocaten overgelegd van 31 maart 2010 ten bedrage van € 2.646,33 wegens advieswerkzaamheden van 31 juli 2009 tot en met 9 februari 2010. Bij conclusie van antwoord onder 58 en bij conclusie van dupliek onder 66 hebben [geïntimeerden A] verzocht om een toelichting op deze factuur, maar die heeft [appellant] niet verstrekt. Daarom zal deze vordering worden afgewezen.
Het komt er dus op neer dat alleen de hoofdsommen van € 14.267, € 812 en € 1.650,42 met rente zullen worden toegewezen.