ECLI:NL:HR:2005:AT6006
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing bijzondere voorziening bij kredietinstelling zonder vergunning
Belba B.V. en haar dochtermaatschappij A/b Financiën B.V. drijven gezamenlijk een onderneming die zich bezighoudt met het verkrijgen en uitzetten van opvorderbare gelden zonder de vereiste vergunning op grond van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992). De Nederlandsche Bank (DNB) verzocht de rechtbank om een bijzondere voorziening te treffen wegens de financiële toestand van Belba, waarbij bewindvoerders zouden worden benoemd.
De rechtbank wees het verzoek van DNB toe en stelde dat Belba en A/b gezamenlijk als één kredietinstelling moeten worden beschouwd, ondanks dat het afzonderlijke rechtspersonen zijn. Belba stelde in cassatie onder meer dat dit onjuist was en dat de beschikking niet ontvankelijk was vanwege een openstaand hoger beroep, wat door de Hoge Raad werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de term 'onderneming' in de Wtk 1992 ruim moet worden uitgelegd en dat de gezamenlijke activiteiten van Belba en A/b als één kredietinstelling kunnen worden aangemerkt. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het financieel onderzoek van DNB, dat uitging van de gezamenlijke financiële positie, toereikend was voor het treffen van de bijzondere voorziening.
Het beroep van Belba werd verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank in stand bleef en de bijzondere voorziening met benoeming van bewindvoerders werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking tot benoeming van bewindvoerders wegens bijzondere voorziening.