Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Na ontbinding van het huwelijk op 28 februari 2013 is in geschil de hoogte van de bijdrage van de man in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. De vrouw vordert een hogere alimentatie dan de rechtbank eerder had vastgesteld, terwijl de man een lagere bijdrage en een beperking van de duur van de onderhoudsverplichting wenst.
Het hof beoordeelt de behoefte van de vrouw aan de hand van haar netto besteedbaar inkomen en de welstand tijdens het huwelijk, waarbij het inkomen uit vermogen niet wordt meegenomen wegens onvoldoende concrete gegevens. De draagkracht van de man wordt berekend op basis van het gemiddelde inkomen over 2009-2013, rekening houdend met fiscale bijtellingsposten en aftrekposten, waaronder het eigenwoningforfait.
Het hof oordeelt dat de vrouw vanwege haar gezondheid, leeftijd en beperkte werkervaring niet binnen vijf jaar geheel in haar eigen levensonderhoud kan voorzien, en wijst het verzoek tot beperking van de onderhoudsverplichting af. Uiteindelijk wordt de bijdrage vastgesteld op €1.204 per maand, met ingang van 28 februari 2013, en wordt de eerdere beschikking van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De man moet vanaf 28 februari 2013 maandelijks €1.204 betalen als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.