B. GEVELS (…)
Geconstateerde gebreken
De aanwezige scheurvorming ter plaatse van de achtergevel (op de hoek van de rechter zijgevel) is ontstaan door spatkrachten van de kapconstructie. Dit heeft echter geen constructieve gevolgen.
Naar alle waarschijnlijkheid is er geen metselbewapening boven de gevelkozijnen aangebracht. Hierdoor is plaatselijk in minimale mate scheurvorming zichtbaar. Het uitvoeren van herstelwerkzaamheden is echter niet noodzakelijk.
Het metselwerk is niet strak opgetrokken. Er zijn golfingen aanwezig. Dit heeft verder geen constructieve gevolgen. De eigenaresse heeft ons meegedeeld dat er tijdens de verbouw plaatselijk spankabels onder de verdiepingsvloer zijn aangebracht. Deze zijn aangebracht om het metselwerk "te lood" te houden.
Opmerking: Het metselwerk naast de gevelkozijnen eindigt plaatselijk met een zogenaamde "klezoor". Normaliter is het beter om met een "kop en strak" uit te komen. Het uitvoeren van herstelwerkzaamheden is echter niet strikt noodzakelijk. (…)
C. DAK (…)
Opmerking:
In verband met de algehele afwerking hebben wij de kapconstructie niet volledig kunnen beoordelen. Vanuit de dakgoten is zichtbaar dat het dak doorbuigt. In het vorige rapport is het advies gegeven om de dakconstructie door een constructeur te laten beoordelen. Dit is inmiddels gebeurd. De conclusie is dat er geen constructieve gevolgen zijn. (…)
2.7. De woning is op 1 februari 2008 aan [appellanten] geleverd. Voorafgaand aan de levering hebben [appellanten] de woning kort geïnspecteerd.
2.8. Bij brief van 15 februari 2008 heeft de rechtsbijstandsverzekeraar van [appellanten] [geïntimeerden] ervan op de hoogte gesteld dat bij werkzaamheden een aantal grove constructieproblemen is aangetroffen en dat aan het Zuid-Nederlands Expertisebureau (hierna te noemen: Zneb) opdracht is gegeven om de schade en uit te voeren herstelwerkzaamheden vast te stellen. De rechtsbijstandsverzekeraar stelt [geïntimeerden] bij voorbaat aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden schade ten gevolge van de door [geïntimeerden] gepleegde wanprestatie.
2.9. In opdracht van [appellanten] heeft Zneb op 18 juni 2008 een expertiserapport uitgebracht ten aanzien van de woning met als conclusie:
"Gezien de door ons geconstateerde schade aan het metselwerk op de hoeken van de gevels, kan geconcludeerd dat sinds het laatste opnamerapport de scheurvorming zich heeft verergerd. Er blijkt nog steeds beweging in de kap aanwezig. Hoewel in het verleden een gebrek van de kapconstructie werd opgevangen door een viertal stalen strippen, is het ons inziens zeer twijfelachtig of dit de kapconstructie voldoende stijf heeft gemaakt.
Ook de wijze van bevestiging van de strippen is op de balklaag niet zichtbaar. Een behoorlijke sneeuwbelasting op het dak kon wel eens ernstige gevolgen […] hebben.
Aangezien onze constateringen aanleiding gaven tot de conclusie dat zich in constructief opzicht zwaarwegende gebreken voordoen, werd na overleg met opdrachtgever en partij I [dat zijn [appellanten]; toev. hof] besloten een constructeur in te schakelen. (…)"
2.10. Ingenieursbureau IBZ (hierna: IBZ) heeft op 9 juni 2008 een technisch rapport uitgebracht met onder meer de volgende conclusies:
"1. De constructie zoals getekend op de bouwvergunningstekening is niet correct, de spatkrachten uit de sporen zullen een horizontale kracht uitoefenen op het onderliggende metselwerk, dit zal leiden tot het schuin staan van het metselwerk. Gezien de aanwezigheid van de borstwering boven de vloer, zie Bijlage I, is een sporenkap op deze wijze niet mogelijk.
2. (…)
3. De verbinding sporenkap en vloer is onvoldoende, waardoor de spatkracht uit de sporen een horizontale belasting afgeeft op het metselwerk. Het metselwerk is onvoldoende sterk, leidt tot grote vervormingen en scheurvorming in het metselwerk.
4. Tussen metselwerk en strijkbalk is er onvoldoende koppeling, de gevels worden op buiging belast loodrecht om de stootvoeg, en spannen van binnenmuur tot binnenmuur, waarbij de trekspanning groter is geweest dan de trekspanning van het metselwerk. Dit heeft geleid tot scheurvorming in het metselwerk.
5. De scheefstand is meer dan toegestaan volgens NEN6702 artikel 10.3, toegestaan zou zijn 3000/300 = 10mm. Echter 60mm .. 10mm voldoet niet aan eis uit de norm.
6. Omdat de muurplaat is gedeeld tussen de aangebrachte stalenstrippen, kunnen de tussenliggende sporen niet via buiging van de muurplaat overdragen naar de strippen.
7. De randafstanden van de aangebrachte strippen voldoen niet aan NEN6760, artikel 12.5.2. Bij een houtdraadbout M8 moet de onbelaste randafstand 3*8 = 24mm bedragen. 10mm .. 24mm voldoet niet aan eis uit de norm.
8. De strippen zijn pas later aangebracht nadat de vervorming t.g.v. permanente belasting al opgetreden is. Deze strippen dus alleen nog maar functioneren voor wind en sneeuwbelasting.
9. De aangetroffen constructie is op diverse punten rekenkundig onveilig.