ECLI:NL:GHARL:2013:BY9433
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake belastingheffing managementvergoedingen en privaatrechtelijke dienstbetrekking
Belanghebbende was statutair directeur van B BV en ontving managementvergoedingen via C BV, een managementvennootschap waarvan hij aandeelhouder en directeur is. De Inspecteur stelde dat deze vergoedingen als loon uit arbeid bij belanghebbende moesten worden belast, omdat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen belanghebbende en B BV.
De Rechtbank had de aanslagen en heffingsrente verminderd, maar de Inspecteur ging in hoger beroep. Het hof onderzocht of aan de voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking was voldaan, waaronder persoonlijke arbeid, loonbetaling en gezagsverhouding.
Het hof concludeerde dat belanghebbende persoonlijk werkzaamheden verrichtte, dat loon werd betaald en dat er een gezagsverhouding bestond, mede door de mogelijkheid van ontslag door de aandeelhouders. Ook al was de vergoeding via C BV betaald, belanghebbende had de beschikking over deze vergoedingen en genoot deze fiscaal.
Daarom werden de navorderingsaanslagen voor 2005, 2006 en 2007 verminderd, maar wel belast als loon uit tegenwoordige en vroegere arbeid. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank vernietigd voor zover deze afweek van dit oordeel.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de managementvergoedingen als loon van belanghebbende moeten worden belast en vermindert de navorderingsaanslagen en heffingsrente dienovereenkomstig.