ECLI:NL:GHARL:2013:BY9434
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag en boetebeschikking omzetbelasting 2005-2009
Belanghebbende, een vennootschap onder firma actief in kennisoverdracht, kreeg over de jaren 2005 tot en met 2009 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van €37.759, een vergrijpboete van €18.879 en heffingsrente van €4.064. De Inspecteur handhaafde deze beschikkingen na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof oordeelde dat belanghebbende als ondernemer in de zin van de Wet OB moet worden aangemerkt en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij de vereiste aangiften had gedaan. De naheffingsaanslag was gebaseerd op een redelijke schatting en de heffingsrente was terecht opgelegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete feiten waren aangevoerd.
De boetebeschikking werd door het hof vernietigd omdat reeds boetes waren opgelegd bij de systeemnaheffingsaanslagen over dezelfde feiten, waardoor dubbele bestraffing plaatsvond. Het hof gelastte tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze betrekking had op de boetebeschikking, het beroep op dat punt werd gegrond verklaard en de boetebeschikking vernietigd. Voor het overige werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd, de naheffingsaanslag en heffingsrente blijven in stand.