ECLI:NL:GHARL:2013:BY9620
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand aan vrijgesproken verdachte
Appellant en zijn medeverdachte werden voor dezelfde feiten vervolgd en vrijgesproken. Beide werden bijgestaan door dezelfde raadsman, die zijn declaraties richtte aan hun gezamenlijke houdstermaatschappij. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af, omdat deze door de vennootschap waren voldaan en appellant geen directe schade had geleden.
In hoger beroep stelde appellant dat de kosten wel degelijk uit zijn privévermogen waren betaald, doordat deze waren verrekend met zijn vordering op de vennootschap. Het hof onderzocht de stukken, waaronder de jaarrekening en grootboekkaarten, waaruit bleek dat de kosten daadwerkelijk ten laste van appellant en zijn medeverdachte waren gekomen.
Het hof oordeelde dat de gedeclareerde kosten voor rechtsbijstand bovenmatig waren, met name vanwege de voorbereidingstijd en het uurtarief. De reistijd werd slechts voor de helft gehonoreerd. Op grond van billijkheid kende het hof een vergoeding van €14.000 toe voor de kosten van rechtsbijstand en €540 voor de kosten van het verzoekschrift, in totaal €14.569,12.
Het hof verklaarde appellant niet-ontvankelijk voor het verzoek tot vergoeding van accountantskosten, omdat dit verzoek ex artikel 591 WvSv Pro betreft waartegen geen hoger beroep openstaat. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof besloot tot toekenning van de vergoeding uit 's Rijks kas.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €14.569,12 toe voor kosten rechtsbijstand na vrijspraak.