ECLI:NL:GHARL:2013:BY9978
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg koopovereenkomst en aansprakelijkheid voor handelscrediteuren na overname onderneming
In deze civiele zaak staat centraal de uitleg van een koopovereenkomst tussen TWC en [appellant] over de overname van een onderneming per 1 januari 2009. De kern van het geschil betreft de vraag of bepaalde facturen van handelscrediteuren voor rekening van de koper komen. Het hof past de Haviltexnorm toe om de contractuele bepalingen in hun maatschappelijke context te interpreteren.
De koper stelde zich op het standpunt dat het saldo van de schuld aan Kabola € 5.969,45 bedroeg en dat facturen uit januari 2009 niet voor zijn rekening zouden zijn. Het hof oordeelt dat de taalkundige betekenis van artikel 5 van Pro de overeenkomst, samen met het crediteurenoverzicht per 31 december 2008, wijst op een andere uitleg: ook de facturen van januari 2009 zijn voor rekening van de koper. De stellingen van de koper dat hij de goederen waarop de facturen betrekking hebben niet heeft verkregen, worden onvoldoende onderbouwd geacht.
De rechtbank Leeuwarden had de koper reeds veroordeeld tot betaling van de vorderingen van Kabola en de kosten. Het hof bekrachtigt dit vonnis en wijst de grieven van de koper af. De koper wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de koper tot betaling van de handelscrediteuren inclusief betwiste facturen.