ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0102
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2003 opgelegd met een te betalen bedrag van €5.561. Belanghebbende maakte bezwaar, maar de Inspecteur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De Rechtbank Leeuwarden bevestigde deze beslissing. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het bezwaar tijdig was ingediend en deed een subsidiair beroep op het vertrouwensbeginsel en artikel 6:11 Awb Pro.
Tijdens de zitting werd een verzoek om uitstel afgewezen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet had voldaan aan de bewijslast om tijdige indiening aannemelijk te maken, mede omdat het bezwaarschrift niet ondertekend was, niet aangetekend was verzonden en er geen bevestiging van ontvangst was. De brieven van 29 juli en 31 augustus 2009 konden niet als tijdig bezwaar worden aangemerkt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de Ontvanger geen informatie had over tijdigheid van bezwaarschriften en de gespreksnotitie onvoldoende bewijs bood. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen, omdat het hoger beroep een mogelijkheid bood om stukken alsnog in te brengen. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de navorderingsaanslag wordt niet-ontvankelijk verklaard.