ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0275
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurwaarde winkelruimte volgens huurwaardekapitalisatiemethode
Belanghebbende stelde beroep in tegen de vastgestelde waarde van een winkelruimte voor het kalenderjaar 2010, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €447.000. De waardepeildatum was 1 januari 2009 en de waarde moest worden bepaald volgens de huurwaardekapitalisatiemethode met een kapitalisatiefactor van 10,3.
De discussie spitste zich toe op de huurwaarde: belanghebbende stelde dat de feitelijke huurprijs van €34.000 marktconform en maatgevend was, terwijl de heffingsambtenaar verwees naar een taxatierapport dat een hogere huurwaarde van €43.434 aanwees. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de hogere huurwaarde juist was, mede omdat de huurprijs van €34.000 een zakelijk motief had en niet onredelijk laag was.
Echter, belanghebbende hield geen rekening met de aanleg van een zwaarder alarm na het sluiten van de huurovereenkomst, waardoor ook haar stelling niet volledig aannemelijk was. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs van beide partijen stelde het hof de waarde in goede justitie vast op €380.000.
Het hof vernietigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en uitspraak op bezwaar, veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten van €2.145 en gelastte vergoeding van griffierechten door de gemeente.
Uitkomst: De waarde van de winkelruimte wordt vastgesteld op €380.000 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld in de proceskosten.