ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0641
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Omvang onderhoudsverplichting stiefouder en draagkracht bij verzorging en opvoeding kinderen
In deze civiele zaak stond de omvang van de onderhoudsverplichting van de vader en de rol van de stiefouder centraal. Het hof bevestigde dat de vader maandelijks een bijdrage moet leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, waarbij de draagkracht van de moeder en vader werd vastgesteld en de bijdrage van de vader werd aangepast.
Het hof overwoog dat de stiefouder op grond van artikel 1:395 BW Pro onderhoudsplichtig is, maar dat vanwege de nauwere verwantschap tussen vader en kinderen en de gezamenlijke draagkracht van vader en moeder, geen rekening wordt gehouden met de draagkracht van de stiefouder. Ook werd een co-ouderschapsregeling afgewezen vanwege gebrekkige communicatie tussen ouders.
Verder werd rekening gehouden met de financiële situatie van de moeder, inclusief de lasten van een hypotheekgebonden levensverzekering en noodzakelijke kinderopvangkosten. De onderhoudsbijdrage van de vader werd vastgesteld op €276,50 per kind per maand tot 1 november 2012 en €262,50 per kind per maand daarna, met betaling bij vooruitbetaling.
De procedurekosten werden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen en het belang van de kinderen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de bijdrage van de vader betrof en bekrachtigde de rest van de beschikking.
Uitkomst: De vader moet maandelijks per kind €276,50 betalen tot 1 november 2012 en €262,50 daarna als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, zonder rekening te houden met de draagkracht van de stiefouder.