ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0730
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- M.E.L. Fikkers
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Recht op bedrijfsleiderstoeslag voor kapster bevestigd na tegenbewijs niet geleverd
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of een werkneemster, werkzaam als kapster, recht had op een bedrijfsleiderstoeslag vanaf 1 juli 2006 tot het einde van haar dienstverband. Het hof nam dit recht voorshands aan, tenzij de werkgever tegenbewijs zou leveren. De werkgever bracht zichzelf en twee oud-medewerksters als getuigen naar voren om dit tegenbewijs te leveren.
De getuigenverklaringen bevestigden dat de werkneemster feitelijk alle leidinggevende taken verrichtte, zoals het openen en sluiten van de salon, het opmaken van de kassa, het maken van bestellijsten en het aansturen van personeel. De werkgever zelf kwam weinig in de salon en kon niet overtuigend aantonen dat de bedrijfsleiderstoeslag niet verschuldigd was. Het hof oordeelde dat het tegenbewijs niet was geleverd.
Het hof matigde de wettelijke verhoging over de vordering betreffende openstaande vakantiedagen en extra gewerkte uren tot 25%, maar wees de verhoging over de bedrijfsleiderstoeslag af omdat de aanspraak pas na afloop van het dienstverband was gemaakt. Daarnaast veroordeelde het hof de werkgever tot betaling van de achterstallige bedragen, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van bedrijfsleiderstoeslag en achterstallige bedragen wegens niet geleverd tegenbewijs.