ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0933
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- Th.C.M. Willemse
- F.J.P. Lock
- L.L.M. de Lorijn
- H. Revoort
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens waardedaling melkquotum na pachtbeëindiging
In deze zaak staat centraal de vraag of [appellante] recht heeft op schadevergoeding wegens waardedaling van het melkquotum dat samenhing met het verpachte perceel, na beëindiging van de pachtovereenkomst met [geïntimeerde]. Eerder was een procedure gevoerd waarin [geïntimeerde] was veroordeeld tot medewerking aan overdracht van het melkquotum en tot schadevergoeding bij niet-naleving, maar een vordering tot vergoeding van waardedaling werd toen afgewezen op grond van gezag van gewijsde.
Het hof oordeelt dat de vordering tot schadevergoeding wegens waardedaling een andere grondslag heeft dan de eerdere vordering en dat het gezag van gewijsde daarom niet aan de orde is. Het verweer van [geïntimeerde] dat de waardedaling niet aan hem kan worden toegerekend faalt, omdat er een voldoende causaal verband bestaat tussen zijn tekortkoming en de schade. Ook het beroep op opschortingsrecht wordt verworpen.
Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] op 15 november 1996 en 1 november 2001 delen van het melkquotum had moeten opleveren en berekent de schade op basis van waardeberekeningen, waarbij rekening wordt gehouden met verruimingen van het quotum. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de verrekening van voordelen en de precieze schadeberekening. Tevens wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de respectievelijke data van pachtbeëindiging zonder voorafgaande ingebrekestelling.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere uitlatingen over de schadeberekening en verrekening van voordelen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep toe, verwerpt het gezag van gewijsde en verwijst de zaak voor nadere uitlatingen over schade en verrekening.