ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1783
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- K.M. Makkinga
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Uitleg vervalbeding in erfdienstbaarheid recht van reed bij aanleg nieuwe weg
In deze civiele zaak stond de uitleg van een vervalbeding in een erfdienstbaarheid centraal, waarbij het recht van reed verbonden was aan een perceel met woning. Partijen waren het oneens of dit recht van reed verviel door de aanleg van een nieuwe weg nabij het perceel.
De erfdienstbaarheid was gevestigd bij notariële akte in 1973, met een vervalbeding dat het recht van reed zou komen te vervallen zodra het perceel rechtstreeks ontsloten zou worden via een nieuw aan te leggen openbare weg. In 1985 werd een nieuwe weg aangelegd, maar feitelijke ontsluiting van het perceel via deze weg was niet gerealiseerd.
Het hof oordeelde dat het vervalbeding pas in werking treedt wanneer de ontsluiting daadwerkelijk is gerealiseerd, niet louter door de aanleg van de weg. De eigenaar van het perceel met het recht van reed is verplicht zich in te spannen voor het realiseren van de ontsluiting. De grieven van appellante werden verworpen en het vonnis van de rechtbank van 31 maart 2010 werd bekrachtigd.
De vordering tot terugbetaling van reeds betaalde proceskosten werd afgewezen en appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis dat het recht van reed niet vervalt zonder feitelijke ontsluiting via de nieuwe weg.