ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2344
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Misbruik van recht bij conservatoir beslag ondanks bestaande vordering
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het conservatoir beslag dat USG legde op Clafis onrechtmatig was. Hoewel USG ten tijde van beslaglegging een vordering op Clafis had, baseerde zij deze aanvankelijk op onjuiste feiten en verstrekte zij misleidende informatie aan de verlofrechter. Hierdoor kon Clafis de gegrondheid van de vordering niet adequaat beoordelen binnen de korte termijn.
Het hof stelde vast dat USG tweemaal een bedrag van € 15.370,87 had overgemaakt naar het WKA-depot van Clafis bij de Belastingdienst, wat Clafis verrijkte. USG was door deze betalingen verarmd, maar stelde onterecht dat de betalingen aan Clafis Midden waren gedaan. De rechtbank had het beslag onrechtmatig geoordeeld vanwege het ontbreken van een gegronde vordering, maar het hof nuanceerde dit oordeel.
Het hof oordeelde dat USG wel degelijk een substantiële vordering had, maar dat zij misbruik van recht had gemaakt door beslag te leggen zonder zorgvuldige voorbereiding en zonder Clafis de mogelijkheid te bieden de vordering te onderzoeken. Dit misbruik maakte het beslag onrechtmatig. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de reconventionele vordering betrof en veroordeelde Clafis tot betaling van € 13.419,27 met rente, terwijl het beslag onrechtmatig was wegens misbruik van recht.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat USG misbruik van recht heeft gemaakt met het beslag, wijst de vordering van USG deels toe en veroordeelt Clafis tot betaling van € 13.419,27 met rente.