ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2345
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeging in kort geding en bodemzaak over ontbonden huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen. Na ontbinding van het huwelijk ontstond een geschil over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, dat leidde tot een bodemzaak en een kort geding.
De geïntimeerde verzocht voeging van het kort geding met de bodemzaak, beide aanhangig bij het hof Arnhem-Leeuwarden. Het hof beoordeelde dit verzoek op grond van artikel 222 Rv Pro en overwoog dat voeging mogelijk tot onaanvaardbare vertraging van het kort geding zou leiden, dat zich in een vergevorderd stadium bevindt.
Daarnaast werd meegewogen dat de zaken administratief zijn gevoegd en het procesverloop zo veel mogelijk op elkaar wordt afgestemd, waardoor het belang van voeging beperkt is. Daarom wees het hof het verzoek tot voeging af en reserveerde de beslissing over de kosten van het incident tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor voortprocederen. Het arrest werd gewezen door de kamer voor burgerlijke zaken van het hof Arnhem-Leeuwarden op 26 februari 2013.
Uitkomst: Het verzoek tot voeging van het kort geding met de bodemzaak wordt afgewezen vanwege mogelijke vertraging en reeds getroffen administratieve voeging.