ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2349
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeging van bodemzaak en kort geding over verdeling huwelijksgoederengemeenschap
In deze zaak vordert appellant de voeging van een bodemprocedure over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap met een kort geding dat betrekking heeft op de executie van het vonnis in die bodemzaak.
Het hof overweegt dat hoewel de bodemzaak al op 7 februari 2012 aanhangig is gemaakt, het verzoek tot voeging pas op 11 september 2012 is ingediend. Het kort geding bevindt zich in een vergevorderd stadium, met een volledige memoriewisseling en zonder mogelijkheid tot het indienen van nieuwe schriftelijke stukken.
Het hof acht voeging niet aangewezen omdat dit tot onaanvaardbare vertraging van het kort geding zou leiden. Bovendien zijn beide zaken administratief al gevoegd, waardoor het procesverloop zoveel mogelijk op elkaar wordt afgestemd.
De incidentele vordering tot voeging wordt afgewezen, terwijl de hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor voortprocederen. De beslissing omtrent de kosten van het incident wordt gereserveerd tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot voeging van de bodemzaak en het kort geding wordt afgewezen vanwege mogelijke vertraging en het vergevorderde stadium van het kort geding.