ECLI:NL:GHARL:2013:BZ3525
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- B.J.H. Hofstee
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Ontslag testamentair bewindvoerder wegens vertrouwensbreuk en beëindiging executeurschap
In deze zaak staat het ontslag van appellante als executeur en testamentair bewindvoerder centraal. De erflaatster overleed in 2009 en liet haar nalatenschap na aan twee erfgenamen, die onder testamentair bewind staan van appellante. Appellante werd tevens tot executeur benoemd. De erfgenamen aanvaardden de nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving en gaven appellante een volmacht voor de afwikkeling.
De rechtbank Groningen wees op 15 mei 2012 een beschikking waarin appellante werd ontslagen als executeur en testamentair bewindvoerder, waarna opvolgers werden benoemd. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat het executeurschap van appellante door de aanvaarding onder boedelbeschrijving was geëindigd, zodat het ontslag als executeur onterecht was en de beschikking op dat punt werd vernietigd.
Ten aanzien van het testamentair bewind oordeelde het hof dat er sprake was van een ernstige vertrouwensbreuk tussen appellante en een van de erfgenamen, waardoor het ontslag als testamentair bewindvoerder terecht was. Daarnaast zou de aanwezigheid van een geldvordering op de vader van de erfgenamen een nieuwe bron van conflicten kunnen vormen. Daarom werd het ontslag als testamentair bewindvoerder bekrachtigd.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beslissing werd op 29 januari 2013 uitgesproken door het hof Arnhem-Leeuwarden, vestiging Leeuwarden.
Uitkomst: Het ontslag van appellante als executeur wordt vernietigd, het ontslag als testamentair bewindvoerder wordt bekrachtigd wegens vertrouwensbreuk.