ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4149
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid ontheffing concurrentiebeding door directeur en vernietiging postcontractueel concurrentiebeding
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een ontheffingsbesluit van een concurrentiebeding centraal, waarbij de directeur van Nocado zichzelf ontheffing had verleend. Het hof oordeelde dat de directeur hiertoe niet bevoegd was, omdat volgens de statuten alleen de algemene vergadering van aandeelhouders (ava) deze bevoegdheid heeft. Het ontheffingsbesluit werd daarom nietig verklaard.
Daarnaast werd het postcontractuele concurrentiebeding, dat een jaar na het dienstverband van kracht zou zijn, vernietigd. Het hof vond dat Nocado onvoldoende steun bood aan de directeur tijdens de moeilijke periode waarin het Duitse moederbedrijf failliet ging en de Nederlandse activiteiten werden beëindigd. Hierdoor werd het concurrentiebeding onbillijk geacht en werd het geheel vernietigd.
Verder oordeelde het hof dat de formele schriftelijkheidseis van het concurrentiebeding was vervuld, ondanks dat het beding in het Duits was opgesteld. Ook werd geoordeeld dat de directeur niet had aangetoond dat sprake was van een onrechtmatig ontslag op staande voet. De proceskosten werden deels toegewezen aan Nocado en deels gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het ontheffingsbesluit van de directeur en vernietigt het postcontractuele concurrentiebeding wegens onbillijkheid.