ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5033
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake winstuitdeling bij verkoop bedrijfspand aan aandeelhouders
Belanghebbende, aandeelhouder van een BV, verkocht samen met zijn echtgenote een perceel grond aan de BV. De Inspecteur stelde dat de verkoopprijs te laag was vastgesteld, waardoor sprake was van een verkapte winstuitdeling. De Rechtbank had de navorderingsaanslag verminderd en het voordeel toegerekend aan 2003, maar de Inspecteur ging in hoger beroep.
Het Hof onderzocht het tijdstip van de koopovereenkomst en de waarde van het perceel. Het concludeerde dat de overeenkomst in 2004 tot stand kwam en dat de werkelijke waarde van het perceel aanzienlijk hoger was dan de koopsom. Hierdoor vond een vermogensverschuiving plaats van de BV naar haar aandeelhouders, wat een winstuitdeling opleverde.
De bewijslast lag bij belanghebbende, die niet slaagde in het overtuigend aantonen van onjuistheid van de Inspecteurs stellingen. Het Hof stelde het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang vast op € 454.583 en verminderde de navorderingsaanslag en heffingsrente dienovereenkomstig. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof vermindert de navorderingsaanslag en stelt het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang vast op € 454.583 wegens winstuitdeling in 2004.