ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5178
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- E.B. Knottnerus
- B.J. Lenselink
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Schorsing concurrentiebeding en handhaving relatiebeding in arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond de geldigheid en werking van een concurrentie- en relatiebeding centraal tussen AABO, een groothandel in dakbedekkingsmaterialen, en haar voormalig werknemer [geïntimeerde]. De arbeidsovereenkomst uit 1996 bevatte een concurrentie- en relatiebeding dat AABO wilde handhaven nadat [geïntimeerde] per 1 maart 2012 in dienst trad bij een directe concurrent, Dakned B.V.
[geïntimeerde] voerde aan dat het concurrentiebeding niet rechtsgeldig was overeengekomen omdat hij de arbeidsovereenkomst uit 1996 niet had ondertekend en dat zijn functie zodanig was gewijzigd dat het beding niet meer van toepassing was. Het hof oordeelde op basis van een forensisch schriftonderzoek dat de handtekening authentiek was en dat het beding geldig was. Ook was niet aannemelijk dat het beding door functiewijziging zwaarder was gaan drukken.
Het hof stelde dat het concurrentiebeding en relatiebeding hun werking hadden behouden, maar na belangenafweging het concurrentiebeding per 1 maart 2012 schorst vanwege het afnemende belang van AABO bij handhaving na verloop van tijd en het feit dat [geïntimeerde] slechts beperkt toegang had tot vertrouwelijke informatie. Het relatiebeding bleef onverkort van kracht. [geïntimeerde] werd veroordeeld tot staking van overtredingen van het relatiebeding onder dwangsom. De kosten werden gecompenseerd en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst per 1 maart 2012, het relatiebeding blijft gehandhaafd met veroordeling tot staking onder dwangsom.