ECLI:NL:HR:2007:AZ2221
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Geldigheid concurrentiebeding na ingrijpende functiewijzigingen in arbeidsverhouding
De zaak betreft een geschil tussen voormalig werkgever AVM en werknemer [verweerder] over de geldigheid van een concurrentiebeding na ingrijpende wijzigingen in de arbeidsverhouding. [Verweerder] was aanvankelijk vestigingsdirecteur, maar werd later accountant, waarbij zijn functie en takenpakket wezenlijk veranderden.
Het hof had geoordeeld dat het concurrentiebeding door deze functiewijzigingen per 1 mei 1996 en 1 maart 2000 aanmerkelijk zwaarder was gaan drukken en daardoor zijn gelding had verloren. AVM stelde dat het hof ten onrechte bewijsaanbod had gepasseerd en onvoldoende had gemotiveerd waarom de functiewijzigingen de positie van [verweerder] op de arbeidsmarkt nadelig beïnvloedden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, oordeelde dat het hof onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd in hoeverre de functiewijzigingen daadwerkelijk een belemmering vormden voor [verweerder] om een nieuwe, gelijkwaardige werkkring te vinden. De zaak is verwezen naar het hof Amsterdam voor nadere behandeling en beslissing, waarbij partijen de gelegenheid krijgen hun stellingen aan te passen.
De uitspraak benadrukt dat een concurrentiebeding opnieuw schriftelijk moet worden overeengekomen indien ingrijpende wijzigingen in de arbeidsverhouding het beding aanmerkelijk zwaarder doen drukken, en dat de rechter dit zorgvuldig moet onderzoeken en motiveren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling inzake de geldigheid van het concurrentiebeding na functiewijzigingen.