ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6730
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betwisting betaling en vertegenwoordiging in opdracht advocaat
In deze civiele zaak draait het om de betaling van werkzaamheden door een advocatenkantoor aan een vennootschap. De vennootschap betwist dat zij gebonden is aan een vaststellingsovereenkomst met het advocatenkantoor en dat zij opdracht heeft gegeven voor de verrichte werkzaamheden. De kern van het geschil is of de persoon die de overeenkomst sloot namens de vennootschap bevoegd was om deze te vertegenwoordigen.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat onvoldoende was onderbouwd dat het advocatenkantoor een overeenkomst had gesloten met de vennootschap en niet met een individuele advocaat. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het advocatenkantoor onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het mocht vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde. De procesvolmacht die was overgelegd gaf slechts bevoegdheid voor het kort geding en niet voor het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.
Ook de vordering tegen de bestuurder van de vennootschap faalde omdat geen sprake was van een deugdelijke grondslag en onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk was. De kosten van het principaal appel werden aan het advocatenkantoor opgelegd, terwijl de kosten van het incidenteel appel voor rekening van de vennootschap en haar bestuurder kwamen.
Uitkomst: De vorderingen van het advocatenkantoor worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst en vertegenwoordigingsbevoegdheid.