ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6783
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis in schadestaatprocedure wegens onvoldoende bewijs schade
In deze schadestaatprocedure stond de vraag centraal of appellant schade had geleden door een vermeende schending van een concurrentiebeding. Appellant werd toegelaten tot het leveren van nader bewijs, waaronder een getuigenverklaring over de exploitatie van een windmolen op het erf van een derde.
De getuige verklaarde echter geen kennis te hebben van betrokkenheid van appellant bij de exploitatie en gaf aan dat de windmolen eigendom was van een besloten vennootschap, niet van haar of haar echtgenoot. Zij kon geen concrete afspraken of documenten aandragen die appellant konden vrijwaren van de schending van het concurrentiebeding.
Het hof onderschreef het oordeel van de kantonrechter dat het bewijs onvoldoende was om de door appellant beweerde schade aan te tonen. De grieven van appellant werden verworpen, het vonnis van 6 juli 2011 werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart appellant niet ontvankelijk wegens onvoldoende bewijs van schade.