ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7122
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren De Groot, Abbink en Rosingh, stellende dat sprake zou zijn van een patroon van onzorgvuldigheid en schending van artikel 6 EVRM Pro, waardoor de schijn van vooringenomenheid zou zijn ontstaan.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat hoewel er sprake was van onduidelijkheden en mogelijk onjuiste interpretaties door het hof, deze omstandigheden niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het middel van wraking kan niet worden ingezet als verkapt rechtsmiddel tegen onwelgevallige beslissingen.
De wrakingskamer heeft de twee hoofdgronden van verzoeker onderzocht: het afwijzen van het horen van getuigen en de beoordeling van het vervolgingsbeleid ten aanzien van een buitenlandse medeverdachte. In beide gevallen oordeelde de kamer dat de motieven van het hof geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren.
Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen en zijn de drie raadsheren bevoegd gebleven om de zaak te behandelen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.