ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7815
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- P. van der Wal
- E. Polak
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde na bezwaar bij ernstige bodemverontreiniging
Belanghebbende betwist de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak, een bovenwoning met loodsen, per 1 januari 2009. De waarde was na bezwaar vastgesteld op €65.000, terwijl de oorspronkelijke vaststelling €82.000 bedroeg. Belanghebbende stelt dat de waarde door bodemverontreiniging negatief is en pleit voor een nihilwaarde.
De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een waardematrix, waarin rekening is gehouden met de ernstige bodemverontreiniging. De taxateur stelt dat zonder verontreiniging de waarde tussen €200.000 en €300.000 zou liggen, maar door de verontreiniging is de waarde verlaagd tot de koopsom van €65.000.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar met de waardematrix en toelichting voldoende bewijs heeft geleverd dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De koopprijs van €65.000, betaald door belanghebbende die op de hoogte was van de verontreiniging, ondersteunt dit oordeel. Ook de onteigening van een strook grond nabij de onroerende zaak beïnvloedt de waardering niet significant.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €65.000 bevestigd.