ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7832
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor illegale storting afvalstoffen en valsheid in geschrift
De zaak betreft het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Arnhem waarin de verdachte, een rechtspersoon, werd vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging voor diverse milieudelicten en valsheid in geschrift. Het hof vernietigt dit vonnis voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en doet opnieuw recht.
De verdachte heeft in de periode 2004-2008 zonder de vereiste vergunningen materialen gestort op en in de bodem en oppervlaktewater nabij locaties in Kekerdom en Millingen aan de Rijn. Dit betrof een inrichting voor opslag en verwerking van bedrijfsafvalstoffen, waarvoor geen vergunning was verleend. Daarnaast heeft de verdachte valselijke facturen opgemaakt en gebruikt met het oogmerk deze als echt te laten doorgaan.
De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van een werk of toepassing die vergunningvrij was, dat er geen opzet was en dat sprake was van rechtsdwaling. Het hof oordeelt dat de stortingen niet voldeden aan de eisen van functionaliteit en dus vergunningplichtig waren. Opzet op het wederrechtelijke handelen is bewezen, en het beroep op rechtsdwaling faalt wegens onvoldoende zorgvuldigheid van de vertegenwoordiger van de verdachte.
Het hof veroordeelt de verdachte tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €3.000 met een proeftijd van twee jaar. Het tijdsverloop en het ontbreken van eerdere veroordelingen zijn strafverminderende omstandigheden. De vordering van de advocaat-generaal tot een hogere boete wordt niet gevolgd. Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het onderdeel waarin de verdachte was vrijgesproken.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €3.000 met een proeftijd van twee jaar.