ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8156
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling van betaalde schuld niet toewijsbaar wegens ontbreken zaakwaarneming
Geïntimeerde had tijdens haar relatie met de zoon van appellanten een schuld van een derde aan appellanten voldaan zonder voorafgaand overleg met appellanten. De rechtbank kende de vordering toe op grond van zaakwaarneming. Het hof oordeelt dat niet aan de vereisten van zaakwaarneming is voldaan omdat geïntimeerde handelde op basis van een afspraak met de zoon van appellanten, die de betaling zou terugbetalen.
De rechtbank stelde dat geïntimeerde willens en wetens handelde en de belangen van appellanten behartigde door de schuld aan Keukenbedrijf te voldoen. Appellanten betwistten dat geïntimeerde op redelijke gronden handelde en stelden dat de betalingsverplichting op hen rustte. Het hof concludeert dat geïntimeerde haar bevoegdheid tot betaling ontleende aan een rechtshandeling met de zoon van appellanten en niet zonder bevoegdheid handelde.
Verder oordeelt het hof dat de vordering niet toewijsbaar is op grond van een geldleningsovereenkomst of ongerechtvaardigde verrijking. Omdat de betaling voortkomt uit een afspraak tussen geïntimeerde en de zoon van appellanten, is er geen verarming van geïntimeerde en is de verrijking van appellanten gerechtvaardigd. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering af, waarbij proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familieverhouding.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van € 9.000,- wordt afgewezen omdat betaling voortkwam uit een afspraak met de zoon van appellanten en niet op zaakwaarneming berustte.