ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8603
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- B.J.H. Hofstee
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Vonnis over voogdij, geldleningen en verjaring in familierechtelijke geschil
In deze civiele zaak stond een geschil tussen partijen centraal over geldleningen, nalatenschap en verjaring binnen een familierechtelijke relatie. De appellant had als voogd geldleningen aan de geïntimeerde verstrekt, die pas opeisbaar werden na opzegging door de geïntimeerde. De rechtbank had eerder een vonnis gewezen dat door het hof werd vernietigd.
Het hof oordeelde dat de geldleningen niet toewijsbaar waren omdat niet was gebleken dat deze eerder dan juli 2012 waren opgezegd, waardoor zij pas vanaf oktober 2012 opeisbaar werden. Daarnaast stelde het hof vast dat de overige vorderingen van de geïntimeerde, die verband hielden met het voogdijbewind over haar vermogen, verjaard waren op grond van artikel 1:377 BW Pro en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.
Het hof verwierp de grieven van de geïntimeerde en wees haar vorderingen af. De kosten van het geding in eerste aanleg en hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak werd gedaan door de kamer van het hof te Leeuwarden op 23 april 2013.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de geïntimeerde af en compenseert de proceskosten.