ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8614
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- B.J.H. Hofstee
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake terugbetaling geldleningen en verjaring voogdijbewind
In deze civiele zaak staat een geschil tussen appellant en geïntimeerde centraal over terugbetaling van geldleningen en vorderingen uit hoofde van voogdijbewind. Appellant, als voogd van geïntimeerde, had zich in de jaren 1977 en 1978 gemachtigd om geldleningen aan zichzelf te verstrekken uit het vermogen van geïntimeerde. De rechtbank had eerder een vonnis gewezen dat gedeeltelijk werd bestreden.
Het hof stelt vast dat de geldleningen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en dat deze met ingang van 11 februari 2011 opeisbaar zijn geworden. Het beroep op verjaring door appellant wordt verworpen omdat niet is gebleken dat de leningen eerder zijn opgezegd. De vordering tot terugbetaling van de hoofdsom wordt dan ook toegewezen met wettelijke rente vanaf de opeisbaarheidsdatum.
De overige vorderingen van geïntimeerde, waaronder die uit hoofde van de nalatenschap van haar moeder, reisverzekering en KLM-uitkering, worden afgewezen wegens verjaring. Het hof overweegt dat de wettelijke verjaringstermijnen van toepassing zijn en dat deze niet buiten toepassing kunnen worden gelaten op grond van redelijkheid en billijkheid. De vordering tot betaling van € 15.000,-- aan de zuster van geïntimeerde wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan grondslag.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis volledig en doet opnieuw recht door appellant te veroordelen tot betaling van € 6.808,70 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 februari 2011. De overige vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 6.808,70 met wettelijke rente vanaf 11 februari 2011; overige vorderingen worden afgewezen wegens verjaring.