ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8985
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- P. van Kesteren
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak witwassen wegens onvoldoende bewijs criminele herkomst geldbedragen
In deze zaak stond verdachte terecht voor witwassen van meerdere geldbedragen, waaronder USD 625.000, USD 62.564,07 en USD 570.000, die via zijn bedrijf aan derden zouden zijn overgedragen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en het bewijs opnieuw beoordeeld.
Het hof concludeerde dat niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat de genoemde bedragen afkomstig waren uit criminele activiteiten. Diverse verklaringen, waaronder tapgesprekken en verklaringen van medeverdachten, boden onvoldoende concrete aanwijzingen om de criminele herkomst te bewijzen. Ook de administratie en bijschriften bij betalingen konden niet overtuigend worden aangemerkt als verhullend.
De verdediging stelde dat de bedragen legitiem waren en afkomstig uit investeringen en sponsoring in de racecarrière van een betrokkene, hetgeen door het hof niet werd weerlegd met voldoende bewijs. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Het hof zag geen aanleiding om getuigen te horen of een onafhankelijke accountant aan te stellen. De uitspraak werd gedaan op 4 februari 2013 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs van criminele herkomst van de gelden.