ECLI:NL:HR:2010:BM0787
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van witwassen van contant geld
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd vrijgesproken van diverse tenlastegelegde feiten van heling en witwassen van grote contante geldbedragen. Het hof oordeelde dat er geen direct bewijs was dat het geld uit een misdrijf afkomstig was en dat de verdachte een concrete en verifieerbare verklaring gaf over de herkomst van het geld, namelijk uit de verkoop van belangen in cambio-ondernemingen.
Het hof stelde dat het openbaar ministerie onvoldoende onderzoek had verricht naar deze alternatieve legale herkomst en dat daardoor niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het vermoeden van witwassen niet automatisch betekent dat de verdachte moet aantonen dat het geld niet van misdrijf afkomstig is.
De Hoge Raad verduidelijkte dat het bewijs van witwassen kan worden afgeleid uit feiten en omstandigheden die zodanig zijn dat het niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is, maar dat in deze zaak dit bewijs ontbrak. De verdachte werd daarom terecht vrijgesproken. Het arrest bevat tevens een uitgebreide toelichting op de bewijslast en de toepassing van witwaswetgeving en typologieën van witwassen.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het geld uit enig misdrijf afkomstig was.