ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9254
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- R. Feunekes
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep opheffing ondertoezichtstelling minderjarige toegewezen
De moeder verzocht de kinderrechter om de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind op te heffen. De kinderrechter wees dit verzoek op 16 november 2012 af. De moeder ging in hoger beroep en vroeg het hof de beschikking te vernietigen en de ondertoezichtstelling per direct op te heffen.
Het hof oordeelde dat de moeder ontvankelijk was in haar beroep en dat het verzoek zich beperkte tot de ondertoezichtstelling die liep van 13 december 2011 tot 13 december 2012. Uit de stukken en de zitting bleek dat het kind sinds 4 januari 2012 weer bij de moeder woont en het goed gaat met het kind, ook op school. Hoewel BJZ stelde dat de moeder beperkte draagkracht heeft vanwege psychiatrische problematiek en stress, bleek uit een brief van GGZ Friesland dat de psychotische klachten al jaren in remissie zijn. De moeder ontvangt begeleiding en hulp van de Intensieve Pedagogische Gezinshulp en toont grote betrokkenheid bij haar kinderen.
Het hof vond geen aanwijzingen voor een ernstige bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid van het kind. BJZ kon onvoldoende aannemelijk maken dat zonder ondertoezichtstelling hulpverlening zou stoppen. De stress die de moeder ervaart door het contact met BJZ en de gezinsvoogd werd erkend, maar dit rechtvaardigde geen voortzetting van de maatregel. Ook de omgang tussen het kind, de vader en de pleegouders bood geen grond om de ondertoezichtstelling te handhaven. Het hof vernietigde de beschikking van de kinderrechter en wees het verzoek van de moeder tot opheffing van de ondertoezichtstelling toe met ingang van 9 oktober 2012.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot opheffing van de ondertoezichtstelling van het kind toe met ingang van 9 oktober 2012.