ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9387
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.J. van Leijenhorst
- P. van der Wal
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidskorting en doorwerkbonus bij inkomstenbelasting 2009
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de berekening van de arbeidskorting en doorwerkbonus door de Inspecteur over het jaar 2009. De Inspecteur had de arbeidskortingsgrondslag vastgesteld op €6.644, wat leidde tot een lagere arbeidskorting dan belanghebbende wenste. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag verminderd met een hogere gecombineerde heffingskorting.
In hoger beroep stond centraal of de voordelen uit de deelname van belanghebbende aan een filminvesterings-c.v. en een fonds voor gemene rekening als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden wel of niet tot de arbeidskortingsgrondslag behoren. Het hof oordeelde dat alleen voordelen die voortkomen uit door belanghebbende verrichte tegenwoordige arbeid tot de arbeidskortingsgrondslag behoren.
De voordelen uit de filminvesteringsaftrek en het fonds werden niet als genoten uit tegenwoordige arbeid aangemerkt, omdat deze activiteiten het normale vermogensbeheer niet te boven gaan. Ook de doorwerkbonus is alleen van toepassing bij een arbeidskortingsgrondslag boven €8.860, wat hier niet het geval was.
Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de arbeidskorting en doorwerkbonus terecht zijn berekend op een arbeidskortingsgrondslag van €6.644 en wijst het hoger beroep van de Inspecteur af.