ECLI:NL:GHARL:2013:CA0251
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontbinding en schadevergoeding bij gebrekkige betonlookwanden en vloer
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over een overeenkomst tot aanneming van werk tussen appellant en een stukadoorsbedrijf, waarbij betonlookwanden en vloeren zijn aangebracht. Na het constateren van scheurvorming en bubbelvorming vordert appellant ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding, terwijl het stukadoorsbedrijf betaling van de factuur eist.
De procedure werd geschorst na faillissement van het stukadoorsbedrijf, maar de vorderingen tegen appellant werden beoordeeld. Het hof oordeelt dat het stukadoorsbedrijf zich niet kan beroepen op de exoneratieclausule omdat onvoldoende is aangetoond dat de scheurvorming het gevolg is van de werking van een door derden aangebrachte constructie. De vordering van het stukadoorsbedrijf wordt afgewezen voor het deel dat betrekking heeft op de gebrekkige betonlookwanden.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het in conventie is gewezen, ontbindt de overeenkomst partieel en veroordeelt appellant tot betaling van € 2.119,99 vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten worden gecompenseerd, met uitzondering van de kosten van hoger beroep die het stukadoorsbedrijf moet betalen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van € 2.119,99 met rente, en wijst de overige vorderingen van het stukadoorsbedrijf af.