ECLI:NL:GHARL:2013:CA0377
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsrelatie en winst uit onderneming bij verzorging van thaiboxlessen
Belanghebbende verzorgt thaiboxlessen en had een VAR aangevraagd die winst uit onderneming (VAR-WUO) kwalificeert. De Inspecteur gaf echter een VAR toe als resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-ROW). Belanghebbende ging hiertegen in bezwaar en de rechtbank oordeelde in zijn voordeel, waarna de Inspecteur hoger beroep instelde.
Het Hof verwijst naar de feiten vastgesteld door de rechtbank, waaronder het aantal opdrachtgevers, de aard van de werkzaamheden, de investeringen en de wijze van facturering. Belanghebbende werkt voornamelijk voor één opdrachtgever, factureert rechtstreeks en houdt een boekhouding bij. De rechtbank en het Hof zijn van oordeel dat de voordelen uit zijn werkzaamheden als winst uit onderneming moeten worden aangemerkt.
De Inspecteur stelde dat alleen ex tunc-toetsing mogelijk is en dat nieuwe informatie na afgifte van de VAR niet meegewogen kan worden. Het Hof oordeelt dat de VAR een voor bezwaar vatbare beschikking is en dat feiten en omstandigheden die reeds bestonden in 2011 ook in bezwaar kunnen worden aangevoerd. Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.